De Geschiedenis van de Asperge

De asperge is een kruidachtige plant die oorspronkelijk alleen in Azië en Mesopotamië voorkwam en de naam is ontleend aan het Persische woord ‘sperega’, dat letterlijk ‘speer’ betekent. De Grieken gebruikten de term ‘asparagos’, dat ‘omhoogschieten’ betekent.

Het lijkt erop dat de groente zich in de klassieke oudheid vanuit Mesopotamië heeft verspreid naar de meer gematigde gebieden. Uit Egyptische onderzoek blijkt dat de asperge al sinds het oude Egypte bekend was in dat land, en dat de groente zich ongeveer 2000 jaar geleden vanuit daar verder verspreidde naar de gebieden rondom de Middellandse Zee. De naam van deze groente duikt voor het eerst op in geschriften van de Griekse filisoof Theophrastus, die ongeveer 300 jaar voor Christus zijn werk ‘Historische Planten’ schreef. Een eeuw later besprak Cato, een vertegenwoordiger van het oude Rome, ook de asperge, maar dan vanuit een landbouwkundig perspectief. Deze groente werd toen namelijk al geruime tijd gebruikt voor medicinale en therapeutische doeleinden. Maar al gauw kwam men erachter dat ze ook konden worden gekookt.

Als gerecht werd de asperge vanaf 200 v. Chr. vrij bekend onder de Oude Romeinen. Zo beschreef de wetenschapper en schrijver Plinius in 79 v. Chr in zijn boek ‘Naturalis Historia’ een aantal methoden om ze te telen en te bereiden. Later volgde de kok Apicius hem hierin. De Romeinse Keizers waren zo gek op stengels dat ze naar verluidt speciaal schepen lieten bouwen om de groente te verzamelen. Deze schepen werden passend vernoemd naar de groente.

De asperge wordt al zolang geteeld in Italië, dat de groente als daar thuishorend wordt beschouwd. In elk geval is het zeker dat de groene stengels bijzonder populair waren in het Byzantijnse Rijk. Zo werden ze gebruikt in de meest culinair hoogstaande gerechten van die tijd. En uiteraard brachten de Romeinen hun geliefde groente mee naar alle nieuwe veroverde gebieden.

In de Middeleeuwen werd de plant vooral gebruikt voor zijn therapeutische kwaliteiten (als zuiveringsmiddel en als diureticum). De Schola Medica Salernitana (de allereerste medische opleiding) zeiden, ‘augmentat sparagus sperma’, oftewel, ‘het eten van asperges bevordert de aanmaak van sperma.’ Hierdoor ontstond een lange discussie over de groente als een afrodisiacum.

Dat deze groente de geslachtsdrift prikkelt heeft ook niet geheel ontoevallig te maken met de vorm van de plant: lang en gezwollen. Bovendien groeien de uitschieters binnen 1 à 2 dagen soms wel 25 cm. Vrouwen die vroeger moeite hadden seksueel opgewonden te raken, werd vaak geadviseerd om stukjes van de stengels ingewikkeld in bloemblaadjes te eten (deze moesten worden ingenomen als een pil). Tegen impotentie en ter bevordering van de mannelijke vruchtbaarheid werden grotere asperges aangeraden. Het geloof hierin bestaat nog steeds in het Italiaanse Bassano del Grappa. Hier worden dikke stengels geteeld en vervolgens gegeten tijdens bruiloftsfeesten.

In 1500 begon men in Frankrijk ook met het telen van de groente. Het hoogtepunt van de populariteit was in 1600, in het bijzonder aan het hof van de Zonnekoning. Er wordt gezegd dat de beroemde tuinier La Quintinye zelfs nog in december asperges wist te kweken voor zijn vraatzuchtige Koning. Blijkbaar werkten de asperges van de tuinier als een soort afrodisiacum, want de Zonnekoning liet uiteindelijk een obelisk bouwen ter eren van zijn tuinier, die ze het hele jaar door voor hem wist te kweken. Hoe dan ook bleven de stengels een lange tijd een luxe voedsel dat alleen door de rijkste families in Europa gegeten werd. In 1500 werden ze ook populair in Engeland, en niet lang daarna ook in Noord-Amerika. Daar werden ze door de inheemse bewoners gebruikt voor medicinale doeleinden. Aan het begin van de 18de eeuw vond er een grote verandering plaats in de manier waarop ze werden gekweekt. Men slaagde er namelijk in om ook grotere varianten te telen. Dit betekende een mijlpaal voor telers in allerlei verschillende landen. Landbouwkundigen, boeren en telers van de plant stortten zich op het kweken van de grote en perfecte ‘Nederlandse asperges’, die later ook in Italië bekend werden.

Oorspronkelijk kende men alleen de groene asperge, maar rond 1500 werd dan ook de witte versie ontdekt. Dit gebeurde dankzij een monnik die er één uit de grond moest halen en daarbij per toeval ontdekte hoe je witte asperges moest telen. Sinds toen zijn veel aspecten van het kweken van de populaire stengels niet meer veranderd, hoewel de kweekmethoden van deze groente wel zijn veranderd.